Uit Wikipedia:
Co-creatie is een situatie waarbij een organisatie waardecreatie laat plaatsvinden door een samenwerking aan te gaan met een groep consumenten, eindgebruikers of andere belanghebbenden.
Waarom is co-creatie tegenwoordig zo populair? Sinds het internet zich verder heeft ontwikkeld door de opkomst van social networks, zien we een sterke behoefte bij mensen om online aanwezig te zijn.
De Franse filosoof Descartes zou nu kunnen zeggen: ‘Ik ben connected, dus ik ben’. De Amerikaanse kunstenaar Andy Warhol zou zijn uitspraak kunnen hebben aangepast met ‘15 megabites of fame’. Het zijn parallellen die de groei van co-creatie deels zouden kunnen verklaren. Ik zeg deels, omdat het voor beide heren toen moeilijk in te
schatten was hoe goed de reciprociteit (wederkerigheid) van het medium werkt. Die reciprociteit staat aan de basis van co-creatie.
In het boek ‘De draagbare lichtheid van het bestaan‘ van Valerie Frissen & Jos de Mul wordt gesproken over ‘digitaal vlooien’. Ook hier zien we de sterke behoefte om digitaal contact te willen maken en te onderhouden. Een krabbel achterlaten op je Hyves-pagina, het reageren op je persoonlijke status op Facebook, het zijn allemaal voorbeelden van digitaal vlooien. Het blijkt dat mensen die daar actief mee bezig zijn, er meer tijd en energie in steken dan in televisie kijken. De toegankelijke manier waarop een en ander wordt aangeboden, zou een latente behoefte kunnen aanwakkeren, maar dan nog blijft de vraag: waarom investeren mensen er zo veel tijd in?
Een belangrijke drijfveer voor de gebruikers is interesse/nieuwsgierigheid en vriendschap. Maar er komt ook eigenbelang bij kijken. Elke goedbedoelde ‘actie’ in de richting van een ander is immers zichtbaar voor je hele digitale omgeving. Goed voor de geadresseerde, maar ook zeker goed voor het imago van de afzender!
Een bijzonder soort actie zijn de antwoorden op vragen die mensen stellen op publieke platformen. Je ziet soms hoe een antwoord zo is ontworpen, dat het ook in het belang van de afzender is. Dat hoeft niet verkeerd te zijn, het betekent alleen dat een reactie vaak niet zo vrijblijvend is als het lijkt. Zelf verwijs is ook vaak door naar artikelen die we hebben geschreven. Niet alleen vanwege de relevantie, maar ook omdat ik graag wil dat mensen op die manier op onze blog terechtkomen en de mogelijkheid krijgen om ons bedrijf beter te leren
kennen.
Pas wanneer een co-creatieproject mij iets te bieden heeft, begint het interessant te worden. Dat lijkt niet meer dan logisch. De drijfveer hoeft hierbij overigens niet altijd geld te zijn. Onlinereputatie of verbetering van een product dat ik dagelijks gebruik, zijn ook waardevolle beloningen.
Veel bedrijven vinden het starten van een co-creatieproject zó aanlokkelijk (bijvoorbeeld vanwege de kostenbesparingen), dat ze er liever gisteren dan vandaag mee willen beginnen. Koffiegigant Starbucks heeft er met de site mystarbucksidea.com een waanzinnige R&D afdeling aan overgehouden die voor een groot deel bemand is door klanten die allemaal online communiceren.
Het co-creatiespel is leuk, maar er moeten wel duidelijke regels aan verbonden worden. Een van mijn favoriete model hiervoor is het FLIRT-model: Focus, Language, Incentive, Rules, Tools. Door deze 5 regels aan te houden, krijgt een co- creatieproject een grotere kans van slagen.
Voor de initiatiefnemer is co-creatie van onschatbare waarde. Een merk kan zo een directe communicatiepoort naar de klant toe activeren, en is in staat om een relevante dialoog te beginnen. De grootste moeilijkheid zie ik nog in het vermogen van een merk om die dialoog in stand te houden. Het is de taak van specialisten en hun teams om dat voor elkaar te krijgen. Vaak zijn de kosten hiervan voor bedrijven (nog) niet te verantwoorden, aangezien ze op het eerste gezicht niet direct rendabel lijken. We moeten niet vergeten dat hier twee volstrekt verschillende afdelingen worden samengevoegd: R&D en Communicatie. Meestal bevinden die afdelingen zich niet eens in hetzelfde gebouw, laat staan op dezelfde begroting.
Kristian Esser




