Google is misschien wel het heetste wat er te vinden is op het web. Het wordt naar alle waarschijnlijkheid het meest gebruikt om uberhaupt met iets te beginnen op internet. En dan heb ik het alleen nog maar over de oorspronkelijke activiteit van Google, namelijk zoeken. Google kun je zien als een soort van interface, een toegangspoort, naar het web. Soms en eigenlijk steeds vaker levert het zoekresultaat van Google mij niet (meer) een bevredigend vindresultaat.
Toch raak ik juist steeds meer geinspireerd op het web, kom ik allemaal leuke dingen tegen en vind ik steeds beter wat ik zoek. Verliest Google terrein, zijn er kapers op de kust? Nou nee, het kan ook dat ik lui ben geworden, dat ik net zoals ik tv kijk, gevoed wil worden met nieuwe informatie, zonder daarvoor zelf iets in te typen. Dagelijks kijk ik op mijn twitterfeed en zie mensen leuke linkjes plaatsen en die bekijk ik dan. Of ik kijk naar twitterfeeds die ik niet permanent volg, maar zo af en toe eens bezoek. Daar zie ik weer leuke, interessante of mooie dingen tussen staan.
De moeite nemen om iets in te typen in Google en vervolgens 5.000.000 resultaten te hebben, het gebeurt me bijna nooit meer. En als het wel zo is klik ik zelden naar de tweede pagina met resultaten. Andere informatieportals sluiten veel beter aan bij waar ik behoefte aan heb: ik zoek een huis – funda.nl, een koelkast – marktplaats.nl, geboortedatum van Einstein – wikipedia, een vakantie – www.zoover.nl.
En heel veel van deze zoekmanieren brengen mij op resultaten die andere mensen zelf hebben ingevoerd, voor mij en voor jou. Heel vriendelijk. Maar waarom vertrouw ik nu eigenlijk zoveel op reviews, op het aangeven van links vanaf mijn twitterfeed of toevoegingen van anderen op wikipedia? Langzaamaan begin ik Google Search gedag te zeggen.
Maar misschien maak ik nu een grote fout. Want is een computer namelijk niet de meest objectieve manier om iets te vinden? Die heeft geen gevoelens, vooroordelen of persoonlijke voorkeuren. De meeste fouten worden niet gemaakt door een computer, maar door een mens die de computer bestuurt. Verliezen we nu dus niet het contact met een fantastische ontwikkeling door weer te gaan vertrouwen op mensen? Tweets, friendfeeds, facebook, allemaal menselijke aanraders. Een computer kan veel objectiever, sneller en efficienter resultaten vinden. Dat is juist wat verwacht wordt van het semantisch web, namelijk meta-data die niet door mensen is ingevoerd, maar door computers automatisch aan bestanden is toegevoegd. Waardoor alles op het web op meerdere manieren echt verbonden is en gevonden kan worden.
Het wordt ondertussen duidelijk dat er een onderscheid te maken is tussen zoeken en vinden. Waar heb je meer behoefte aan? De journey of the destination? De menselijke variant zorgt voor een journey, totdat je een antwoord vindt of niet vindt, noem dit een softsearch. Computers kunnen ervoor zorgen dat je direct het antwoord krijgt, daarbij is alleen de destination van belang. Deze directe vraag-antwoord zoektocht, kun je hardsearch noemen. Dus, moet je nu weten wat de afstand is tussen startpunt A en eindpunt B of wil je uitzoeken op welke manieren je van A naar B kunt komen?





okay, mooi verhaal. Maar internet is niet heilig. Zeker niet voor inspiratie.
Per definitie komt dat niet door je computer heen.
Want die doet gewoon wat je vraagt. In die zin dienend en niet insprirerend.
Laat je computer even uit en loop naar buiten.
Sta open voor meer dan beeld op 15 inch. Of slecht geluid uit slechte luidsprekertjes. KOM OP laat je niks wijsmaken.
Inspiratie is niet louter electronisch, dan hadden wij ook wel printplaatjes in ons’ hoofd gehad en een usb aansluiting.
Adem jij nu door je linker- of rechter neusgat? of weet je dat eigenlijk niet? Probeer eens…
Posted by Hans Rietveld on juni 19th, 2009.
Dag Hans,
Ik ben het helemaal met je eens dat inspiratie uit alle zintuigen moet komen en niet beperkt moet worden door een beeldscherm en een muis. Onze intentie is niet om iemand iets wijs te maken maar gewoon om minder voordehandliggende paden te wijzen in de online wereld.
Wanneer je dit artikel lees vanuit een breed perspectief kan onze gedachte beperkend overkomen. Onze doelstelling is om de online wereld voor onze klanten te verkennen, en dan kan het artikel ineens leiden tot nieuwe inzichten.
Wat betreft de neusgaten, hier een klein stukje uit wikipedia:
Het neustussenschot (septum nasalis) is essentieel voor steun aan de neus. Scheefstand hiervan kan echter resulteren in blijvende verstopping of verminderde doorgankelijkheid van de neus….
Volgens mij gebruik ik meer mijn rechter neusgat.
Fijne dag.
Posted by kristian on juni 19th, 2009.
Leuke post, ik lees idd laatste tijd steeds meer dat Google resultaten (vooral realtime en op blogs) tegenvallen.
Een interessante ontwikkeling zijn ‘passed links’ waar je het over had, dat je links op twitter vaak volgt. Gister heb ik hier een post over geschreven, bekijk ook even de video is echt een belangrijke verandering die gaande is online.
http://www.strategieforum.nl/2009/verschuiving-in-online-advertising-social-media-passed-links/
Posted by Antonio Thonis on juni 19th, 2009.
Net als consumentengdrag in (fysieke) retail, maak je dus onderscheid tussen consumenten die doelgericht naar een winkel gaan op zoek naar een bepaald produkt (runshoppen) en consumenten die gaan shoppen zonder vooraf precies te weten wat ze zoeken (funshoppen). De route van de laatste wordt ingegeven door de omgeving en de “shopping experience” speelt hierbij een grote rol. O.a. 2/3 van alle kledingaankopen zijn hiervan het gevolg.
Het volgen van passed links wordt dus net als funshoppen een vorm van recreatief surfen, waarbij de sociale interactie en de beleving belangrijker is dan de achterliggende behoefte. Internet retailers e.a. dienen dus zowel hun virtuele winkel als de route ernaar toe hierop in te richten. Logisch?
Posted by joost verbeek on juni 22nd, 2009.